Ongeacht of u nu
als leidinggevende werkzaam bent in een midden of kleinbedrijf, een
multinational, een centrale of decentrale overheidsinstelling of semi-publieke
instantie, de kans is groot dat de zoektocht naar succes centraal staat in uw
dagelijks handelen.
Succes is vandaag
de dag echter niet meer vanzelfsprekend, immers klanten worden veeleisender,
marges staan onder druk en de concurrentie in elke industrietak neemt alleen
maar toe en komt steeds vaker uit een verassende hoek. Dit alles maakt uw
uitdaging alleen maar complexer en de noodzaak tot strategisch denken groter
dan ooit hiervoor.
Deze whitepaper biedt u echter geen kant-en-klaar recept voor
structureel organisatiesucces. Wat biedt het doorlezen ervan u dan wel?
Het geeft inzicht
in een aantal relevante ontwikkelingen die van invloed zijn op de huidige en
toekomstige prestaties van uw organisatie en die u als gevolg hiervan zult
moeten meenemen in de bepaling van uw beleid. Daarnaast reikt het u een aantal
concrete handvatten aan op basis waarvan u de slagvaardigheid van uw
organisatie kunt vergroten en maakt expliciet wat in uw strategie de essentie
is om het verschil te kunnen maken.

We leven in het tijdperk van extreme concurrentie. Een tijdperk
waarin de gecombineerde druk van
wereldwijde concurrentie, voorthollende technologische
ontwikkelingen, steeds betere bereikbaarheid overal ter wereld, economische
liberalisatie, meer en grotere overnames, en klanten en burgers die steeds
veeleisender worden, het leven voor organisaties steeds zwaarder maken. In deze
hectiek wordt van managers wel verwacht dat ze uitstekende resultaten halen.
Het is niet langer genoeg dat ze een schaap met vijf poten zijn: ze moeten
muteren in een duizendpoot. Ze moeten immers in staat zijn flexibel om te gaan
met alle trends en ontwikkelingen, daar pro-actief munt uit slaan,
tegelijkertijd de kwaliteit en service verhogen terwijl de kosten worden
verlaagd, en ook nog alle ‘stakeholders’ (medewerkers, aandeelhouders, overheid,
de samenleving, klanten, leveranciers) tevreden houden.
Dit geldt niet alleen voor managers uit het bedrijfsleven maar
ook voor die uit de non-profit- en overheidssectoren. Onder druk van de ‘New
Public Management’-beweging wordt er van de overheidssectoren verwacht dat ze
publieksvriendelijker worden en betere en vooral consistentere resultaten voor
de burgers gaan behalen. Het is geen wonder dat managers driftig op zoek zijn
gegaan naar die organisatie-elementen die doorslaggevend zijn voor het behalen
van consistent goede resultaten.
Sinds de publicatie van de bestsellers In Search Of
Excellence van Peters en Waterman in 1982 en recenter Built To Last and
Good to Great van Jim Collins wordt hun interesse daarbij vooral
getrokken door de zogenoemde ‘High Performance Organizations’ (HPO’s). Om het
‘geheim’ van de HPO’s te ontrafelen, heeft Dr. A.A. de Waal vijf jaar lang de kenmerken
bestudeerd die deel uitmaken van excellente organisaties overal in de wereld. Zijn
doel was om managers (en management consultants) de kennis en mogelijkheid te
geven om precieze ingrepen te kunnen doen om hun organisatie richting ‘high
performance’ te laten groeien. De basis voor zijn onderzoek werd gevormd door
een studie van onderzoeken waarin op een goed onderbouwde en verifieerbare
manier werd onderzocht welke kenmerken het verschil maken tussen goed en minder
goed presterende organisaties.
Wat is een HPO … en wat levert het op?
Om een duidelijke, eenduidige definitie voor de HPO te
formuleren, zijn de verschillende definities
van goed presterende organisaties uit de literatuur met elkaar
vergeleken. Dit leverde de volgende definitie voor de HPO op:
een High
Performance Organization is een organisatie die
gedurende een periode van ten minste vijf tot tien jaar betere financiële en
niet-financiële resultaten behaalt dan concurrenten of vergelijkbare organisaties.
Dr. A.A. de Waal onderzocht hoeveel beter HPO’s nu eigenlijk presteren ten
opzichte van niet-HPO’s. Het verschil tussen HPO’s en niet-HPO’s bleek groot.
De omzet van HPO’s groeit gemiddeld tien procent per jaar meer dan die van
niet-HPO’s, de winst van HPO’s is 29 procent hoger, de ‘return on investment’ is 20 procent
beter, en de aandeelhouderswaarde is 23 procent hoger. Ook de niet-financiële
prestaties van HPO’s liggen beduidend hoger dan die
van niet-HPO’s: hogere klanttevredenheid,Hogere klanten- en
werknemersloyaliteit, en betere kwaliteit van producten en diensten. En dit
jaar na jaar.
Op basis van ruim 2500 enquętes die wereldwijd zijn verzameld,
werden vijf factoren benoemd die bepalen of een organisatie al dan niet
uitmuntende prestaties behaalt ten opzichte van haar concurrenten of
vergelijkbare organisaties.
Deze vijf factoren worden hierna uitgebreid besproken.
HPO-factor 1: Hoge kwaliteit van
management. De eerste en verreweg belangrijkste factor die bepaalt of een
organisatie een HPO is, en blijft, is de kwaliteit van het management van de
organisatie.
Deze factor heeft twaalf kenmerken.
1-
Managers van een HPO bouwen
een sterke vertrouwensrelatie op met medewerkers op alle organisatieniveaus door
hen te respecteren, naar hen te luisteren, van hen te leren, geloof en
vertrouwen in hen uit te spreken, eerlijkheid en openheid voorop te zetten in
alle interacties met organisatieleden, hen alleen te bekritiseren in bilaterale
gesprekken, en altijd voor hen klaar te staan.
2-
Managers van een HPO zijn
integer door eerlijk en oprecht te zijn, sterke ethische normen en waarden
te hebben, geloofwaardig en consistent te zijn, overeenstemming te creëren
tussen woorden en daden, en ‘practice what you preach’ en ‘walk-the-talk’ te
praktiseren.
3-
Managers van een HPO hebben
een sterke voorbeeldrol doordat ze betrokkenheid, enthousiasme en respect
tonen, hun kwetsbaarheid tonen, niet arrogant zijn, om afwijkende meningen
vragen, niet op het negatieve focussen, niet afstandelijk zijn, zelf hard
werken en volhouden wanneer het tegenzit.
4-
Managers van een HPO zijn
besluitvaardig doordat ze niet overanalyseren. Ze nemen wel voldoende tijd
om goede besluiten te nemen opdat zij effectieve acties in kunnen zetten.
Daarbij nemen zij zowel de kortetermijn- als de langetermijnbelangen van de
organisatie inogenschouw.
5-
Managers van een HPO zijn
actiegericht doordat ze doortastend zijn wanneer dat nodig is,
organisatieleden tot actie aansporen, het verloop en de resultaten van acties
altijd volgen, en terugkijken op eerder genomen besluiten en acties om daarvan
te leren.
6-
Managers van een HPO coachen
en faciliteren organisatieleden door ondersteunend en bemoedigend te zijn, hen
te helpen en te beschermen tegen ontregelende invloeden van buitenaf, en hen
niet te vertellen hoe ze hun doelen moeten behalen maar hen snelle en directe
feedback over hun prestaties te geven.
7-
Managers van een HPO zijn
sterk gericht ophet behalen van resultaten door voortdurend zichtbaar voor
de organisatie te werken aan het behalen van de gestelde doelen, pro-actief
mogelijkheden op te sporen en aan te pakken om daar competitief voordeel voor
de organisatie uit te halen, en intolerantie te ontwikkelen voor
middelmatigheid.
8-
Managers van een HPO zijn
effectief in alles wat ze doen door voortdurend te zoeken naar de beste
manier om dingen te doen, conflicten op een constructieve manier op te lossen,
issues pro-actief aan te pakken voordat deze echte problemen gaan vormen, en
onbelangrijke zaken te negeren door gefocust te blijven op hetgeen er echt toe
doet voor de organisatie.
9-
Managers van een HPO ontwikkelen
een sterkeleiderschapstijl door de organisatiewaarden voortdurend te
communiceren, te controleren of de strategische boodschap door medewerkers
ontvangen en begrepen is, hun visie met organisatieleden voortdurend te delen,
en een sterke leider in moeilijke tijden te zijn.
10- Managers van een HPO zijn zelfverzekerd door een juiste
mix van bescheidenheid en professionaliteit te tonen, zichzelf dienstbaar in
plaats van leidend op te stellen, de eigen sterktes en beperkingen te erkennen,
te blijven leren, en authentiek, zelfbewust, zelfgedisciplineerd en emotioneel
sterk te zijn.
11- Managers van een HPO houden organisatieleden altijd
verantwoordelijk voor hun resultaten, door de verantwoordelijkheid om goed
te presteren bij de werknemers zelf te leggen, organisatieleden (zowel
medewerkers als medemanagers) vervolgens persoonlijk verantwoordelijk te houden
voor het behalen van afgesproken resultaten, en zelf zichtbaar verantwoordelijk
voor de eigen resultaten te zijn.
12- Managers van een HPO zijn besluitvaardig met betrekking tot
‘niet-presteerders’, door organisatieleden consequent op de door hen
behaalde resultaten te beoordelen, en niet-presterende organisatieleden niet te
lang te laten ‘doormodderen’ maar hen naar een nieuwe positie, binnen of buiten
de organisatie, te begeleiden.
HPO-factor 2: Openheid en
actiegerichtheid. De tweede HPO-factor die uit het onderzoek naar
voren is gekomen is de aanwezigheid van een open
organisatiecultuur die gekoppeld is aan actie ondernemen.
Deze factor heeft zes kenmerken.
1.
Managers van een HPO stimuleren
een interactieve interne communicatie (‘een open dialoog’) met de organisatieleden
zodat een vrije en continue verticale informatie-uitwisseling kan plaatsvinden
en iedereen zich kan uiten, ze creëren een simpele en platte organisatie,
ontwikkelen nieuwe communicatiekanalen, benadrukken het belang van informele
contacten, en zien communicatie als een verantwoordelijkheid van senior
management.
2.
Organisatieleden van een
HPO besteden veel tijd aan het delen van informatie, kennis en best
practices binnen de hele organisatie zodat een vrije en continue
horizontale informatie-uitwisseling plaatsvindt, een cultuur van transparantie,
openheid en vertrouwen wordt gecreëerd, begrip voor elkaar en samenwerking met
anderen wordt bevorderd, en het gebruik van nieuwe ideeën en kennis wordt
gestimuleerd.
3.
Managers van een HPO betrekken
organisatieleden bij belangrijke bedrijfsprocessen zoals het ontwikkelen
van een visie en organisatiewaarden en bij de besluitvorming, waardoor een
volwassen relatie tussen medewerkers en management bestaat.
4.
Managers van een HPO staan
fouten maken toedoo r organisatieleden risico’s te laten nemen en te laten
experimenteren, door fouten als mogelijkheden om te leren te beschouwen,
boodschappers van slecht nieuws niet te bestraffen maar juist te belonen,
mensen die fouten toedekken juist wel te berispen, en zelf ook te
experimenteren.
5.
Managers van een HPO stimuleren
en verwelkomen verandering en verbetering door continu te streven naar
vernieuwing, bewust de flexibiliteit van zichzelf en organisatieleden verder te
ontwikkelen, voorlopers op veranderingsgebied te zijn, en vernieuwing en
creativiteit te allen tijde te steunen.
6.
Een HPO heeft een
prestatiegerichte cultuur, bevecht inertie en zelfgenoegzaamheid, creëert
een winnende mindset, en stimuleert organisatieleden om het beste uit
zichzelf, hun mensen en hun organisatieonderdeel te halen.
HPO-factor 3: Langetermijnoriëntatie.
De derde HPO-factor is het langetermijndenken van de organisatie: continuďteit
op de lange termijn gaat bij een HPO altijd voor de winst op de korte
termijn.
Deze factor heeft zes kenmerken.
1.
Managers van een HPO committeren
zichzelf voor de langere termijn aan de organisatie door het eigen belang
in balans met dat van de organisatie te brengen, goed rentmeesterschap van de
organisatie uit te oefenen, niet alleen te focussen op kortetermijntaken maar
juist ook op ontwikkelingsmogelijkheden voor de lange termijn, en zich te
richten op het voortleven van de onderneming.
2.
Een HPO promoveert
nieuw management van binnenuit door vacatures in te vullen met intern
talent, interne promoties de voorkeur te geven boven het aantrekken van mensen
van buiten af, zorgvuldig mensen te selecteren op hun ambitie, energie,
volhardingsvermogen en inspiratievermogen, jobrotatie en
managementontwikkelingsprogramma’s in te stellen, en ‘high potentials’ te
identificeren en hen te laten werken aan veelbelovende bedrijfsmogelijkheden.
3.
Een HPO creëert een
veilige en stabiele werkomgeving voor organisatieleden door hen zoveel
mogelijk baanzekerheid te garanderen en pas mensen te ontslaan als het echt
niet anders kan, en te streven naar een laag personeelsverloop door medewerkers
zo lang mogelijk (emotioneel) aan de organisatie te binden.
4.
Een HPO creëert groei
door samenwerking met andere organisaties door voortdurend naar
mogelijkheden voor allianties en samenwerkingsverbanden met leveranciers en
klanten te zoeken.
5.
Een HPO onderhoudt
goede langetermijnrelaties met alle stakeholders door veelvuldig en
wijdverbreid te netwerken, genereus voor de samenleving te zijn door financieel
te investeren in de lokale economie, win-winrelaties met stakeholders te
ontwikkelen, en zich te richten op maatschappelijk verantwoord ondernemen.
6.
Een HPO streeft
voortdurend naar vergroting van de toegevoegde waarde voor klanten door
altijd op de hoogte te blijven van klantwensen, uitstekende relaties met hen te
onderhouden, om regelmatige feedback te vragen, zich voortdurend te richten op
wat van toegevoegde waarde voor hen is of kan zijn, en organisatievernieuwing
altijd te richten op het steeds beter voldoen aan de wensen van klanten.
HPO-factor 4: Continue verbetering en
vernieuwing. De vierde factor die bepaalt of een organisatie een HPO is, is
voortdurende verbetering en vernieuwing.
Deze factor heeft acht kenmerken.
1.
Een HPO heeft een strategie
die de organisatie duidelijk onderscheidt van de concurrenten of vergelijkbare
organisaties door voortdurend nieuwe opties en alternatieven te onderzoeken
en te testen, en op tijd af te stappen van verouderde strategieën.
2.
Een HPO verbetert de
processen continu door onnodige procedures en werk en alle vormen van exces
en informatie-overload te elimineren, en door zeer goed te worden in het
snel herontwerpen en invoeren van nieuwe werkmethoden.
3.
Een HPO versimpelt de
processen continu door deze te standaardiseren, bottlenecks te verwijderen en
de processen zo simpel mogelijk te maken.
4.
Een HPO stemt de
processen continu op elkaar af door zo min mogelijk overdrachtmomenten
tussen processen te hebben en te streven naar het eenmalig invoeren van
gegevens.
5.
Een HPO meet en
rapporteert dat wat belangrijk is voor de organisatie om zodoende nauwgezet
de voortgang van de organisatie te meten, consequent te controleren of doelen
bereikt worden, de harde feiten onder ogen te kunnen zien, en een
prestatiegerichte cultuur op alle organisatieniveaus te creëren die zich richt
op resultaten (output) en niet op inspanningen (proces) en resources (input).
6.
Een HPO rapporteert aan
alle organisatieleden de financiële en niet-financiële informatie die ze nodig hebben
om te kunnen verbeteren, zodat medewerkers tot logische conclusies en
verbeteracties kunnen komen, deze acties gedisciplineerd kunnen uitvoeren,
kunnen leren van elkaar omdat de resultaten van iedereen transparant zijn, en
feiten boven meningen en gevoel laten prevaleren.
7.
Een HPO excelleert in
de kerncompetenties en vernieuwt deze voortdurend door vast te stellen wat
de organisatie het beste doet en zich daarop te concentreren, kerncompetenties
verder uit te bouwen binnen de organisatie en niet-kerncompetenties te outsourcen,
en alleen die nieuwe activiteiten te starten die complementair zijn aan de
kernactiviteiten.
8.
Een HPO vernieuwt
voortdurend producten, diensten en processen door voortdurend op zoek te zijn
naar zowel verbeteringen in bestaande producten (incrementele verbetering) als
totaal nieuwe producten, diensten en processen (abrupte verbetering) en die
snel te ontwikkelen en in te voeren.
HPO-factor 5: Hoge kwaliteit van
medewerkers. Aansluitend bij de eerste HPO-factor - hoge kwaliteit van
management - adresseert de vijfde en laatste HPO-factor de kwaliteit van de
medewerkers.
Deze factor heeft vijf kenmerken.
1.
Organisatieleden van een
HPO willen altijd verantwoordelijk voor hun resultaten worden gehouden,
en accepteren dat ze dan onder alle omstandigheden verantwoordelijk worden
gehoudenvoor hun prestaties.
2.
Organisatieleden van een
HPO willen geďnspireerd worden om uitzonderlijke resultaten te behalen,
en willen trots zijn op de eigen resultaten en die van de organisatie.
3.
Een HPO heeft een
divers en complementair managementteam en werknemersbestand door ervoor te
zorgen dat organisatieleden verschillen in hun talenten, ervaringen,
achtergronden, persoonlijkheden en vaardigheden, om zodoende te beschikken over
creativiteit waarmee knelpunten kunnen worden opgelost en nieuwe ideeën worden
gegenereerd.
4.
Een HPO traint
organisatieleden in het versterken van hun flexibiliteit en veerkracht,
zorgt ervoor dat ze goed kunnen omgaan met onzekerheden en veranderingen in de
omgeving en die zelfs verwelkomen, en traint ze om bij tegenslagen nooit op te
geven maar altijd te blijven zoeken naar nieuwe manieren om de doelen te
bereiken.
5.
Organisatieleden van een
HPO groeien door samenwerking met andere organisaties doordat ze het
leren van anderen, juist ook buiten de organisatie in samenwerkingsverbanden
met leveranciers en klanten, een belangrijke competentie vinden die ontwikkeld
moet worden.
Zijn de vijf HPO-factoren nu eigenlijk open deuren?
We ‘wisten’ dit toch allemaal allang, de afgelopen jaren zijn
managers immers gebombardeerd met de ene verbetermethode na de andere hype? De
meeste van deze verbeteringen werden helaas gelanceerd zonder wetenschappelijk
bewijs dat ze daadwerkelijk werken, waardoor er veel kaf onder het koren kwam
te zitten. Organisaties werden regelmatig op een dwaalspoor gezet en hebben
veel inspanningen op verbetergebied verricht zonder aantoonbaar blijvend
resultaat. Veel zaken die men vanouds als belangrijk beschouwde, blijken uit
onderzoek niet-onderscheidend voor het HPO-zijn. Dat wil niet zeggen dat ze
niet belangrijk zijn, maar goed presteren op deze zaken sec zorgt er niet voor
dat de organisatie een HPO wordt. Zo bleek geen enkele organisatiestructuur een
directe relatie te hebben met een betere prestatie. Het maakt dus niet
wezenlijk uit of een organisatie vooreen functioneel ontwerp, een procesgeoriënteerde
inrichting of een matrixorganisatie kiest, geen van deze organisatieontwerpen
garandeert een transitie naar ‘high performance’. Een reorganisatie, iets
waarvoor veel organisaties telkens weer blijken te kiezen als er moeilijkheden
zijn, zal hen niet ‘automatisch’ helpen de prestaties duurzaam te verbeteren.
De reorganisatie moet ten dienste staan van een van de vijf HPOfactoren, anders
zal deze eerder contraproductief werken. Ook grotere zelfstandigheid van
medewerkers leidt niet ‘automatisch’ tot betere prestaties, ondanks de grote
aandacht de laatste jaren voor het onderwerp van ‘empowerment’. Onderzoek laat
zien dat een te hoge mate van autonomie juist een negatieve relatie heeft met
het organisatieresultaat. Te veel vrijheid voor werknemers kan leiden tot een
slechte interne organisatie, onduidelijkheden en uiteindelijk tot grote schade
als een zekere mate van centrale coördinatie en regie ontbreekt. Het management
moet het spelveld aangeven waarbinnen de medewerkers autonoom kunnen opereren maar
waar ze niet buiten mogen komen, op straffe van bijvoorbeeld ontslag.
Een ander interessant onderzoeksresultaat is dat de strategie
van een organisatie niet doorslaggevend is om een HPO te worden. Het maakt niet
uit of een organisatie voor kostleiderschap, productdifferentiatie, klantintimiteit
of een combinatie van deze strategieën kiest: de onderscheidende factor is de uniciteit
van de gekozen strategie in de sector waarin de organisatie opereert. Het
adopteren van een ‘me too‘-strategie werkt averechts als de organisatie een HPO
wil zijn. Veel organisaties spenderen veel tijd en energie aan het
implementeren van nieuwe ICT-systemen. Deze ingrepen leiden wederom niet
‘automatisch’ tot de HPO-status. Zo zal het implementeren van een geautomatiseerd
CRM-systeem (customer relationship management) er niet vanzelf toe
leiden dat de medewerkers klantvriendelijker worden. Ook hier geldt dat het
verbeteren van de ICT in dienst van een van de vijf HPO-factoren moet staan.